Kerkelijk Leiderschap

In de Nieuw Testamentische gemeenten werd van alle christenen verwacht dat zij onder leiding stonden van rechtens aangewezen leiders. Leiders in de plaatselijke gemeente werden altijd collectief aangeduid met meervoud. Volgens mij had dat te maken met de verschillende bedieningen die op het leiderschap zou kunnen rusten binnen de gemeente. Het zou voor de plaatselijke gemeente fantastisch zijn ( ik geloof persoonlijk dat het een vereiste zou moeten zijn) als het leiderschap-oudsten zouden functioneren binnen de vijfvoudige bediening van herder, leraar, evangelist, profeet en apostel. Paulus spreekt over het opzienersambt en het diakenschap in 1 Timotheüs 3:1-16, mannen die betrouwbaar zijn, die zich niet laten meeslepen met de verleiding van deze wereld. En als we kijken naar Titus 1:5-9 dan zien we dat hij daar specifiek praat over het ambt van oudste. Het is van belang dat zij die zich uitstrekken naar het oudsten-schap, zullen moeten functioneren in één van de vijfvoudige bedieningen, zich niet laten meeslepen of laten beïvloeden door de wereldse verleidingen. De vrucht van de Geest zal in hun leven zichtbaar moeten zijn.

Hier volgen enkele Bijbelteksten die duidelijk aangeven dat gelovigen door leiders worden onderwezen en gehoed.

* "......hen, die onder u zich moeite getroosten, u leiden in de Heer en u terechtwijzen, te erkennen....."
1 Thess. 5:12.
* "De oudsten, die goede leiding geven, komt dubbel eerbewijs toe....."
1 Tim.5:17.
* "Houdt uw voorgangers in gedachtenis......gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen.....groet al uw voorgangers....." Hebr. 13:7,17,24.

 

Al deze teksten duiden op een meervoudige leiding. De Schriftgedeeltes die nu volgen zeggen zo ongeveer hetzelfde.

"De oudsten Hand.11:30; ".....nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen" Hand. 14:23; "....de apostelen en oudste"Hand.5:2; "....de oudsten der gemeente" Hand. 20:17; "....waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft" Hand.20:28; "....bisschoppen (opzieners- overzieners) en diakenen" Filipp. 1:1; "....in alle steden.....oudsten zouden aanstellen" Titus 1:5; "Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen" Jac. 5:14.

Laten we eens kijken hoe Paulus en Petrus tegen het ambt van oudsten aankijken. In Hand. 20:17 ontbood Paulus de oudsten der gemeente in Efeze. In Hand. 20:28 zegt hij tegen deze zelfde oudsten: "Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te leiden.....". Zo waren deze oudsten dus ook opzieners, wier verantwoordelijkheid was de kudde te weiden. Het is niet alleen de voorganger die verantwoording zal moeten afleggen tegenover God, maar ook de opzieners, de oudsten, ook zij zullen verantwoording moeten afleggen hoe zij zijn omgegaan met de 'kudde' de gemeente. Zo schrijft Paulus in het boek Titus 1:5 dat de oudsten moeten zijn, onberispelijk van gedrag. Petrus schrijft o.a. het volgende over oudste in 1 Petrus 5:2-3 dat zij de kudde moeten hoeden en erop moeten toezien (toezicht houden). Wat dat betreft stemt dat overeen met wat Paulus al eerder heeft gezegd.

Herder:
Jezus is ons grote voorbeeld als we praten over het herderschap. Hier volgen een aantal belangrijke eigenschappen die een herder zou moeten hebben.

  1. Hij moet zijn schapen kennen.
  2. Hij moet gekend worden door de schapen.
  3. Hij moet ze bij naam kunnen noemen.
  4. Hij moet ze kunnen leiden (voor de juiste weide zorgen en voor voldoende water zorgen).
  5. Hij moet ze beschermen tegen dieven en moordenaars.
  6. Hij moet bereidt zijn om zijn leven te geven voor de schapen.
  7. Hij moet volledig voor zijn schapen zorgen.
  8. Hij moet ze leiden in paden van gerechtigheid.
  9. Hij zal met hen moeten gaan door "het dal der schaduwen".
  10. Hij zal ze dsicipline moeten bijbrengen (de stok) en hen tot steun moeten zijn (de staf).
  11. Hij zal de zwakken moeten steunen, en zorg dragen (biden) voor de zieken.
  12. Hij zal de gebroken harten moeten verbinden.
  13. Hij zal de verlorene moeten terug halen.
  14. Hij zal de verdwaalde zoeken.

De verantwoordelijkheden van de schapen zijn als volgt:
1. De stem van de herder horen en herkennen.
2. Bereidt zijn om de herder te volgen.

Omdat de herders van Israel in gebreke waren gebleven, deze plichten te vervullen, zegt de Here dat Hij hen zal oordelen en hun Zijn schapen zal ontnemen. Ook wordt er de nadruk opgelegd in de gehele Bijbel, dat de schapen zonder herder zich verspreiden en een prooi zullen worden van ziekte en van wilde dieren. De Vader gaf Jezus dié schapen, voor wie Hij verantwoordelijk was - Joh. 10:29. Door Zijn leven te geven voorZijn schapen (wat o.a. een taak van een herder ook is) werd Jezus de deur voor hen tot de Vader. Een ieder, die probeert bij deze schapen te komen langs een andere weg dan door Jezus - als de deur, overtreedt goddelijke principes en toont daardoor aan dat hij een dief (en een moordenaar) is. Dat geldt ook voor onze tijd, als mensen de gemeente binnenkomen langst het leiderschap om, dan breken zij in en zijn zij dieven. Dat geldt ook voor sprekers met name die met profetische/apostolische bedieningen, zij die een persoonlijk profetisch woord neerleggen t.o.v. de schapen en dit buiten het leiderschap om,... zij zijn dieven. Ook zij die een gemeente verlaten en daardoor via hun uitgesproken negatieve woorden 'schapen ' meenemen, kunnen we bestempelen als dieven. Want ook zij breken in en stelen.

Dezelfde bovengenoemde goddelijke principes zijn van toepassing op degenen die jezus, op grond van Zijn gedelegeerd gezag, herders (dienaars) over Zijn schapen heeft aangesteld. Het is Jezus zelf die deze mannen en vrouwen aanwijst als opzieners, om de gemeente te leiden. Zij, op hun beurt, moeten rekenschap afleggen aan de Heer over de zielen die Hij aan hen heeft toevertrouwd. Het leiderschap moet rekening en verantwoording afleggen hoe zij zijn omgegaan met dat gedelegeerd gezag t.o.v. de 'schapen'. Vanwege dat gedelegeerd gezag van Jezus aan hen, worden zij de deur in de gemeente. Daarom is het onethisch en onbijbels dat andere kerken en bedienaars tot deze schapen naderen buiten de voorganger of het leiderschap om. Want de deur waar zij doorheen zouden moeten gaan, de deur door God aangewezen, gaan zij voorbij.

Hoe groter de gemeente wordt, des temeer herders zouden er moeten worden aangesteld. Namelijk, omdat het voor één herder het een onmogelijke zaak zou worden om een te grote kudde in zijn ééntje te weiden, zorg te dragen en te beschermen tegen de wolven, de dieven en de moordenaars.

 

 

 

 
 
Terug naar Studies & overdenkingen
 
 

 

Nehemia Ministries Int. Postbus 336 6800 AH Arnhem Holland